|
Het is aannemelijk dat de mensen via beken en riviertjes al bekend waren met de wildernis van de veengebieden. Zo zullen ze het gebied waarschijnlijk hebben gebruikt om er te jagen en te vissen. Bij ontginning van het veen en de zandgronden is het recht van opstrek als landschapsvormende factor doorslaggevend geweest .
In de eerste fase van de ontginning hebben kolonisten aan de oever van een veenriviertje boerderijen gebouwd. Iedere boer had een stukje land van een vooraf bepaalde breedte. Tussen twee percelen is een sloot gegraven die tegelijkertijd zorgt voor de afvoer van het water naar het riviertje. Als het veen droog ligt kan er op worden geboerd. Elke boer had het recht om in het verlengde van zijn perceel meer grond te ontginnen; "het recht van opstrek".
Veengrond bestaat uit eeuwenlang opgestapelde plantenresten die niet zijn vergaan in de kletsnatte, zuurstofarme milieu, nadat de veengrond was drooggelegd kwam de vertering alsnog op gang. Het veen wordt omgezet in water en CO2 (ook CH4, N2O) en vervliegt in de lucht. Hierdoor gaat de bodem dalen, wat in principe door gaat tot alle veen weg is. In fase twee is de bodem aan de oever zo ver gedaald dat het te nat is geworden om er te blijven wonen. Iedere boer verplaatste binnen zijn eigen kavel de boerderij landinwaarts. Het was gebruikelijk om tegen de grens met de veenwildernis een achterdijk of leidijk te leggen om het zure veenwater van de landbouwgrond weg te houden. Het was praktisch en waarschijnlijk vond men de achterdijk geschikt om te bewonen waardoor de huizen in één lijn kwamen te liggen.
In de derde fase heeft het hele proces zich herhaald en zijn de boerderijen nogmaals verplaatst. Er is een zandrug bereikt waarop het dorp hoog en droog ligt, ook hier liggen de huizen de zandrug volgend in één lijn. Op de zandrug zijn de problemen met bodemdaling verleden tijd. Op de plaats waar de kerk van het oude dorp heeft gestaan is een begraafplaats achtergebleven. Op de Schotanuskaart 1718 staan veel van dergelijke verlaten begraafplaatsen aangegeven, vaak alleen met de vermelding: "Old Kerkhof" of "Oud Hof". Ze liggen zelfs in de meren. Enkele kan je ook tegenwoordig nog in het landschap aantreffen, soms is er niet meer dan een verhoging zichtbaar, soms is er nog een volledige begraafplaats aanwezig.
|